1 september 2012

Impact Investing Nieuws 1 september 2012

Deze keer de oogst van de zomer: FMO investeert ruim half miljard in 1H, GIIN investment profiles, OPIC kiest TBLI partner GATE Global Impact, hernieuwbare energie blijft hard groeien, Eumedion kritisch over ESG rapportages, EZ wil criteria transparantiebenchmark aanscherpen, DFT over duurzaam beleggen en SAM onderzoek & awards voor duurzame bedrijven, Triodos marketing stunt & misser, Groen Links wil optie op groene pensioenen en meer wind energie, Transparantiewetgeving (vermogens)fondsen vertraagd, 2 Jobs en als case veelbelovende nieuwkomer stichting de Verre Bergen voor Rotterdam.


MARKETPLACE

FMO investeert 576 miljoen euro in 1e halfjaar 2012
FMO, de Financierings Maatschappij Ontwikkelingslanden, voor 51% staatsbank, is een van de grootste bilaterale private sector Development Banks in Europa. Het is ook een van de grote impact investors van Nederland met 6,2 miljard euro in haar portfolio en kreeg recent een hoge rating van Sustainalytics in een groep van 24 duurzame banken. Het groep gemiddelde is 54 en FMO kreeg 86 punten. Het scoorde mn hoog op governance (97) en environment (86). Het is een van de 4 Nederlandse leden van het toonaangevende Global Impact Investing Network GIIN.

Focus
FMO investeerde 576miljoen euro (+68%) en maakte 42miljoen euro winst (-39%) in de eerste helft van 2012 (mn door afwaarderingen). Het investeerde in de private sector (als banenmotor) en in sectoren voor duurzame groei als energie, financiën en landbouw. FMO is tevreden en ziet goede kansen in opkomende markten en ontwikkelingslanden. Omdat men verwacht dat de haar investeringsmogelijkheden worden beïnvloeden door de Eurocrisis, het stagnerende herstel in de USA en lagere groei in China, is de verwachting voor de 2e helft van 12012 neutraal. Bron: fmo ratingbericht FMO Sustainalytics


GIIN Impact publiceert Investment Profiles
De GIIN, het Global Impact Investing Network publiceerde de eerste 14 profielen van impact investeringen door enkele van haar 40 leden. In de profielen zijn sectoren, regio's en investeringsinstrument opgenomen. Het doel is de diversiteit van de impact investing markt te tonen. Onder de profielen uit Nederland de impact investering van SNS in Pro Mujer Bolivia voor toegang van vrouwen tot financiële diensten (financial inclusion).

SNS investeerde 21 miljoen Boliviaanse$ (2miljoen US$) in Pro Mujer, een van de oudste en leidende microkrediet instellingen voor vrouwen in Latijns Amerika. Indrukwekkend, maar niet erg inzichtelijk, is de uitgebreide lijst met social performance trackers die is gebaseerd op niet financiële scorecards. De lijst omvat 45 scorecards die IRIS metrics volgen.

Enkele voorbeelden (in cursief de betekenis):
Microfinance - Educational Services Offered (IRIS aligned – PD1796) (aan aantal mensen)
Microfinance - Enterprise Services Offered (IRIS aligned – PD1853) (
Business Development Services, Enterprise Skills Development of Other)
Microfinance - Health Services Offered (IRIS aligned – PD3679) (Basic Medical Services, Special Medical Services for Women and Children of Other)
Microfinance - Women Empowerment Services Offered (IRIS aligned – PD6897) (Counseling / Legal Services for Women Victims of Violence, Women's Leadership Training, Women's Rights Education / Gender Issues (training for men and women) en Other).

De SNS investering is niet de grootste of meeste getrackde investering: het Mexicaanse IGNIA
investeerde 9miljoen US$ in post-paid mobiele telefonie voor de Bottom of the pyramid bevolking die geen bankrekening (en aantoonbare kredietwaardigheid) heeft. Post-paid is voordeliger dan pre-paid, maar vereist kredietwaardigheidschecks. IGNIA volgt de impact van haar investering met 65 trackers. Link thegiin.org profiles


OPIC kiest TBLI partner GATE Global Impact
GATE Global Impact, partner van Robert Rubinsteins TBLI* uit Amsterdam, is gekozen door OPIC, de Overseas Private Investment Corporation voor ontwikkeling van de U.S. Government’s voor het mobilizeren van privaat kapitaal. GATE wordt Originator voor een alliantie met de private sector. De alliantie, de Enterprise Development Network (EDN) voor investeringen in small&medium enterprises (SME's) die uitbreiden in overzeese emerging markets is een uitbreiding van OPIC's werkterrein. SME toegang tot OPIC producten en diensten services beoogt meer efficiëntie en kosten-effectieve levering van diensten aan Amerikaanse bedrijven.

OPIC is opgezet in 1971 en kost de Amerikaanse belastingbetalers niets (meer). OPIC diensten zijn beschikbaar voor nieuwe en groeiende ondernemingen in ruim 150 landen. OPIC heeft 200miljard US$ investeringen gesteund in 4000 projecten. Het leverde Amerikaanse export met een waarde van 75 miljard US$ op en 276,000 banen (in de VS). Noot van de Blogger van FMO vond ik jammer genoeg niet zo'n accountability sommetje

* TBLI organiseert jaarlijks meerdere regionale impact investing conferences voor financials, private equity- en institutionele investeerders . De volgende conference is TBLI EUROPE op 8-9 November 8-9 2012 in Zurich, Zwitserland. Link tbliconference Daarnaast zijn er mini conferences voor TBLI Club leden o.a. In Parijs op 4 sept en in Amsterdam op sept a.s. Link TBLIClub (meer onder EVENT)


Hernieuwbare energie blijft groeien
Hernieuwbare energie heeft een marktaandeel van zo'n 20% en is de snelst groeiende energiebron. Het zal tussen 2011 en 2017 zelfs 60% sneller groeien (met 1840 Terrawatt) dan in de periode 2005-2011. Aanleiding voor het Internationaal Energie Agentschap (geleid door voormalig EZ minister Maria van der Hoeven) voor de 1e -jaarlijks geplande- medium-term studie: Renewable Energy Market Report 2012.

De groei komt met name uit opkomende en OECD landen: China (40%), de VS, Brazilië, Duitsland en India. De studie keek naar 15 sleutel landen omdat zij 80% van de hernieuwbare energiemarkt bepalen. Per hernieuwbare energiebron zijn er belangrijke verschillen (bekeken vanaf 100Megawatt): Windenergie (op land) in 70 landen in 2017 (was 25). Zonne energie met fotovoltaische cellen in 45 landen (was 35). Geothermische energie en Concentrated Solar Power beiden in 15 landen in 2017 en windenergie (op zee) in 11 landen.

Waterkracht domineert
Waterkracht energie (Hydropower) is de belangrijkste (80%) en snelst groeiende hernieuwbare energiebron (+730Terrawatt tussen 2011 en 2017) met nog veel potentie en mn in niet-OECD landen. Wind-energie-op-land en bio- en (fotovoltaïsche) zonne-energie (+27% per jaar) groeien het snelst na waterkracht. Wind-energie-op-water en Concentrating Solar Power (CSP) groeien snel vanuit kleine posities. Geothermische energie (1,5%) blijft groeien in gebieden met goede bronnen en oceaan-technologie neemt belangrijke stappen richting vermarkting, maar niet naar marktaandeel.

De groei van hernieuwbare energie productie is afhankelijk van (politiek)beleid en de ontwikkeling van de markt frameworks. Technologische ontwikkeling, integratie van infrastructuur (grid&system) en de kosten en beschikbaarheid van investeringen zijn sleutel variabelen. In 2011 stegen wereldwijde investeringen naar 250miljard US$ (+19%), maar daalden in het 1eQ2012, wellicht door kostenreducties en exclusie van gegevens. Bronnen: duurzaamgebouwd en iea PersBericht en ExSum MTrenew2012 (8pag)


CROWDFUNDING

Crowdfunding groeit door
Crowdfunding haalde in de eerste helft van 2012 3 miljoen euro op. Douw&Koren verzamelde weer marktcijfers en meldt meer dan een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Ook is er een belangrijke verschuiving in binnen de investeringen: het marktaandeel van creatieve/culturele projecten, dat voorheen de grootste sector was, is afgenomen naar 40%. Startende ondernemingen zijn nu de grootste groep geworden; ondernemers haalden het afgelopen half jaar bijna 1,5 miljoen euro op.

Marketingkansen
Crowdfunding groeit door naar een eigen financieringsbron die ook door gevestigde partijen wordt benut vanwege de marketingmogelijkheden en het draagvlak bij potentiële klanten. Ook ziet Douw&Koren kansen voor duurzame energie projecten en wijkinitiatieven. Bron: douwenkoren NB In businesscompleet augustus j.l. een overzicht van alternatieve financieringsmogelijkheden voor ondernemers.


MEDIA
Pro duurzaam beleggen artikel in DFT
Goeroe Gerard Bastiaansen schreef eind juli een column met de titel Vergeet de crisis: beleg duurzaam! Hij verwijst naar de resultaten van bestaande duurzame banken en beleggingsfondsen (ASN Duurzaam Aandelenfonds 14,68% rendement) maar stelt dat het (nog) beter kan.

Nederlandse beleggers missen kansen omdat ze (te)veel in Nederlandse bedrijven beleggen. Het genoemde ASN Duurzaam Aandeel Fonds deed dat juist niet, maar koos voor o.a. grote farmaceutische bedrijven buiten Nederland. Ook noemt Bastiaans de Amerikaanse ''dividend aristocraten'' de 40 wereldwijd opererende bedrijven die al meer dan 25 jaar trouw het dividend jaarlijks verhogen! Ook de afgelopen 5 jaar. Deze bedrijven zijn vrijwel allemaal te vinden in Sustainability Indices of de portfolio van de HIP Investor Paul R. Herman , maar dat meldt Bastiaansen niet.

Wat is duurzaam?
Bastiaansen benadrukt dat duurzaam niet meer het terrein is van geitenwollensokken dragers maar verwart financieel duurzaam beleggen met het brede begrip duurzaam beleggen dat vier te onderscheiden categorieën omvat: -1- niet illegitiem beleggen (in internationale verdragen verboden producten zoals clusterbommen etc), -2- niet beleggen in destructieve producten en productiewijzen (tabak, alcohol, porno, gokken, biodiversiteit- & milieuverwoestend etc), -3- bedrijven die in hun sector het slechtst presteren op ESG criteria zg ''worst in class'' en -4- bedrijven die in hun sector het best presteren ofwel “best in class” inclusief impact investing waar ESG impact een doelstelling is naast benchmarked financieel rendement. Per definitie dus financieel duurzaam. Ik beschouw de twee laatsten als een categorie omdat bij de eerste weliswaar impact niet vooraan staat, maar zij door hun schaal grote impact kunnen hebben met bescheiden ESG ambities. Bron: dft goeroe gerard-bastiaansen

DFT: Duurzaamheid kan lonen
De Financiële Telegraaf interviewde een maand eerder Erik Breen Robeco's baas duurzaam beleggen naar aanleiding van een onderzoek van dochter SAM (Sustainable Asset Management). Bedrijven investeren steeds meer in duurzaamheid, ondanks de economische tegenwind. Er is vooruitgang bij maatschappelijk verantwoord ondernemen, milieuprestaties en het verankeren van duurzaamheid in de bedrijfsstrategie. Ook in bepaalde sectoren, zoals gezonde voeding.
Het Elkington principe van de drie P’s: People Planet en Profit wordt veel gebruikt. Breen “Bedrijven die duurzaamheid hebben meegenomen in hun strategie, zijn in staat nieuwe markten aan te boren. En kunnen er dus gemakkelijker winst mee maken.”. Nederland bevindt zich wereldwijd in de subtop op gepaste afstand van Zwitserland en Engeland, maar wel met een stevige voorsprong op onder meer de VS. Noot van de Blogger er is geen link naar het onderzoek.

Best in Class & engagement
Breen is aanhanger van het best-in-class-principe, waarbij bedrijven worden gebenchmarked binnen hun sector. “De integratie met financiële criteria is daarbij essentieel, want je hebt weinig aan duurzame bedrijven als die morgen failliet gaan.” Interessant is de recente aanscherping van criteria om het aantal als duurzaam erkende bedrijven in de hand te houden. Noot van de Blogger: nu 2500 en SAM heeft net de 'prestigieuze' SAM sector Awards geïntroduceerd die per land worden uitgereikt. Ook belangrijk is het nieuw accent op risicobeheer. Breen “Nu wordt onder meer gekeken naar de mogelijke gevolgen als er twee incidenten tegelijk plaatsvinden.

Daarnaast blijft engagement dialoog met bedrijven belangrijk. Breen “Zo praten we momenteel met dertien textielbedrijven om hun watermanagement te verbeteren. Dan gaat het zowel over de hoeveel water die wordt gebruikt als om de plek waar een nieuwe fabriek wordt neergezet. Algemeen geldt dat als bedrijven hun gedrag niet verbeteren, we bij Robeco Groep uiteindelijk afscheid nemen van de aandelen. En dan niet alleen bij onze duurzame beleggingsfondsen, maar bijvoorbeeld ook bij de fondsen Robeco en Rolinco.Bron: dft Duurzaamheid kan lonen


FACTS & FIGURES
EUMEDION kritisch over nut ESG rapportages
Nederlandse institutionele beleggers gebruiken steeds vaker informatie over ESG prestaties (Milieu=Environment, Sociale en Governance) bij hun beleggingsbeslissingen. Maar omdat de beschikbare ESG rapportages door beursgenoteerde ondernemingen niet voldoen aan de informatiebehoefte (kwaliteitseisen) van (institutionele) beleggers, besteden beide partijen veel tijd aan aanvullend onderzoek waarbij bedrijven allerlei onderzoeks- en vragenlijsten moeten beantwoorden. Dit blijkt uit een onderzoek naar de huidige praktijk van rapporteren en benutten van ESG informatie.

Eumedion is de koepelorganisatie van institutionele beleggers voor corporate governance en duurzaamheid. Doel van de 70 leden: zoals pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, beleggingsinstellingen en vermogensbeheerders is om governance, milieu –en sociale prestaties van beursvennootschappen te verbeteren. De leden hebben samen meer dan 1000 miljard euro aan beleggingen onder beheer.

Onderzoek naar ESG rapportages
Eumedion heeft de Erasmus School of Economics (o.a. dr. Karen Maas) en Shareholder Support onderzoek laten doen naar Key Performace Indicators (KPI's) en Sustainability. Hieruit bleek dat ESG criteria nauwelijks in verband worden gebracht met de strategie, risico’s en financiële en operationele zaken van de onderneming. Hierdoor wordt de toegevoegde waarde van de ESG activiteiten niet goed gezien en onderschat.

KPI''s and Sustainability Performance
De meest gebruikte duurzame KPI’s zijn: vrijwillige bijdrage aan maatschappelijke en goede doelen (filantropie), verloren werkdagen door ongelukken, inspanningen om broeikasgassen terug te brengen en informatie over de stakeholderdialoog. De nadruk ligt op resultaten uit het verleden, zogenoemde lagging indicators. Nuttig zou zijn om daarnaast ook concrete doelen te stellen, prestaties over verschillende jaren te tonen en de interne processen en interne verslaggeving te verbeteren. Daarmee laten ze informatie zien die (institutionele) beleggers nodig hebben voor hun beleggingsbeslissingen. Duurzaamheidsverslagen worden nu vooral gemaakt voor maatschappelijke organisaties en de eigen werknemers, maar zijn niet gericht op huidige en potentiële beleggers.

Feiten&Cijfers
Het onderzoek is uitgevoerd onder AEX- en AMX-ondernemingen op NYSE Euronext Amsterdam.
De helft publiceert een apart duurzaamheidsverslag en de andere helft heeft een onderdeel duurzaamheid in het algemene jaarverslag vanwege de integratie van duurzaamheid en strategie. De belangrijkste reden voor een apart duurzaamheidsverslag is om (meer) informatie over het duurzaamheidsbeleid en de -strategie te laten zien. 70% van de AEX-bedrijven en 32% van de AMC bedrijven heeft dat. Van de AEX bedrijven laat 74% haar duurzaamheidsverslag extern controleren (door de accountant) en van de AXM bedrijven 20%
Bron: eumedion


RATINGS&BENCHMARKS

EZ wil herziening Transparantiebenchmark
Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) wil de criteria van de Transparantiebenchmark herzien. In de Transparantiebenchmark worden ruim 500 Nederlandse bedrijven en organisaties gebenchmarked op de inhoud en kwaliteit van hun externe verslaggeving over maatschappelijke aspecten van de onderneming. De benchmark wordt uitgevoerd met behulp van een self assessment waardoor deelnemende ondernemingen de eigen scores kunnen vergelijken met Europese en internationale referentiegroepen. De resultaten zijn openbaar en staan online Link transparantiebenchmark De bedrijven zijn AEX of AMX genoteerd (en/of); behoren tot de 500 grootste Nederlandse ondernemingen en aan Richtlijn 400 moeten voldoen* of de overheid is groot aandeelhouder is (universiteiten en ondernemingen). *2 van deze 3 criteria de activa van het totaal bedragen meer dan 17,5 miljoen euro en/of de netto omzet van het commerciële deel bedraagt meer dan 35 miljoen en/of er gemiddeld meer dan 250 werknemers.

Focus in nieuwe criteria
In de nieuwe criteria zal meer de nadruk worden gelegd op toekomstverwachtingen, integrated reporting’ en wordt het onderscheid tussen de algemene strategie en de ‘MVO-strategie’ opgeheven. In 2010 werden de criteria ook al aangepast op ketenverantwoordelijkheid en de integratie van maatschappelijk verantwoord ondernemen in de kernprocessen van de ondernemingen. Voor het MKB wordt een transparantiebenchmark 'light' ontwikkeld die beter aansluit bij de sector. Bron: transparantiebenchmark


II & EU POLICY

EU voorstel voor ESG Transparantie voor particuliere beleggers
De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan om particuliere beleggers te informeren over ESG factoren in beleggingsfondsen en aanverwante investeringsproducten. Het voorstel van 3 juli 2012 wil een informatiedocument KID (Key Information Document) voor investeringsproducten. Het is een van de stappen binnen de EU ambitie voor regelgeving voor de verkoop en transparantie van pakketproducten voor retailbeleggingen (Packaged Retail Investment Products, PRIP). Daarnaast wil de EU het vertrouwen van retailbeleggers in de Europese financiële markt herstellen en heeft hiervoor verschillende verbeteringen voorgesteld.
Eurosif, de Europese organisatie van organisaties voor duurzaam beleggen, is blij met het voorstel en noemt het een mijlpaal. Vooral omdat het volgens François Passant, Executive Director "alle pakketproducten voor retailbeleggingen (betreft), inclusief de producten die niet specifiek als `MVO- of SRI -producten' worden omschreven (…). Bron: duurzaam-beleggen


CHARITIES & FOUNDATIONS

Transparantie (vermogens)fondsen vertraagd
IINieuws meldde op basis van de FIN nieuwsbrief in IIN15maart2012 dat fondsen en stichtingen per 1 juli12 hun jaarstukken moesten publiceren, maar moet rectificeren. Volgens Trouw (klik hier voor het artikel)  is het wetsvoorstel ingetrokken op aandringen van de FIN.

CDA-Kamerlid Omtzigt diende in 2011 met PVV'er Roland van Vliet succesvol een motie in voor wetgeving voor transparantie en publicatieplicht door goede doelen. Het wetsvoorstel van de staatssecretarissen Weekers (MvFin) en Teeven (MvJus) kwam echter niet door de ministerraad.
Wordt vervolgd.....
 
Impact transparantie
Omdat de FIN leden samen zo'n 20miljard aan vermogen hebben -in tegenstelling tot de 2,5 miljard van fondsenwervende goede doelen (CBF)- is meer transparantie in die sector wenselijk. En vanuit impact investing oogpunt interessant als informatiebron over de activiteiten om via het vermogensbeheer de doelstellingen te realiseren.

Uit onderzoek van Michael Porter (HarvardBU) bleek dat Amerikaanse vermogensfondsen hun doelstellingen effectiever kunnen nastreven door het vermogen actief te benutten. In De VS is al jaren fiscale wetgeving om doelstelling gerelateerde investeringen (Programme Related Investment of PRI) door fondsen te bevorderen. Daar wordt relatief weinig gebruik van gemaakt. 
Vermogensbeheer als middel om doelstellingen te realiseren staat in de belangstelling sinds onderzoek van Harvard BU prof Michael Porter in 2007. Toen bleek o.a. dat de Gates Foundation, met 33miljard US$ de rijkste stichting van de wereld, haar missie en werk ondermijnde door haar (traditionele) vermogensbeheer. Het investeerde in Shell dat mn vanwege de milieuschade in Nigeria door affakkelen uit de DJSI is gegooid en de Gates Foundation ondersteunt gezondheidsprogramma's i.v.m incidentie van luchtwegaandoeningen in Nigeria.

Link Toelichting FIN op transparantie positie en dilemma's finieuwsjuni2012 NB Rectificatie onderaan


II MARKETING

Triodos marketing stunt & misser
Triodos zond begin juli op prime time op de publieke omroep een commercial van 100seconden over de Kracht van Klein en Volg je Hart, Gebruik je Hoofd. Triodos bank. De oude verbeter de wereld: begin bij jezelf boodschap in een mooie moderne jas met als enige commerciële boodschap de afzender. De commercial is vol concrete handelingsperspectieven voor consumenten en beleggers zij het dat wat stemmen uit de reclame branche daar genuanceerder over denken, de volgorde kan wellicht beter net andersom. De reclame deskundigen klagen over het gebrek aan call to action en/of appel niet alleen 'liker', maar ook echt klant te worden. Aan het imago en de merkbekendheid ligt het nl niet. (Fdopbeurreclame) Misschien is de commercial een opwarmer voor de certificaat uitgifte dit jaar..... Alleen rekeninghouders kunnen nl. Triodos certificaten kopen.

Een maand later is Beursbox zeer kritisch over een Triodos advertentie voor die certificatenuitgifte waarin wordt gesteld dat je mede-eigenaar van Triodos kan worden. Er is sprake van een juridische constructie met een administratie kantoor die het eigendoms/stemrecht van de certificaathouders op de algemene vergadering van aandeelhouders behartigt. En de directie bepaalt de agenda. Beursbox vindt e.e.a. Misleiding: een aandeelhouder of certificaathouder is geen echte eigenaar maar vooral een mede risicoloper en het AVA stemrecht is een vaak wassen neus. Persoonlijk vind ik de Triodos certificaten niet zo interessant gezien het dividend, hoewel de 50% koerswinst van de vorige certificaten emissie dat sterk verbeterde. Over de certificaten actie schreef ik al in IINieuws15juni12 .


II & POLITICS

GroenLinks wil groene pensioenen
Groen Links heeft de uitkomsten van het Profundo onderzoek voor Natuur&Milieu van begin mei (IINieuws DATE) ook gelezen en wil een optie van groene pensioenen omdat pensioenopbouwers dat zelf willen. Groen links stelt: ''Bij normale beleggingsfondsen hebben deelnemers de keuze of zij willen beleggen in groene, duurzame, of juist risicovolle producten''. Verder vindt GroenLinks ''het onwenselijk dat het pensioengeld van mensen ongevraagd in vervuilende beleggingen wordt gestopt.

Impact investing met impact
Gezien de grootte van de Nederlandse pensioenpotten en de huidige 4,6% particulier duurzaam sparen & beleggen (VBDO) is het idee van een verplichte keuze aanbod van groene pensioenen vast vele malen effectiever dan het nieuw leven inblazen van fiscale subsidie regelingen die niet doorslaggevend bleken. De VBDO rapporteerde in haar jaarlijkse onderzoek eind april dat de afbouw die begon in 2011 minder negatieve effect had op de inleg (-14,7%) werd gevreesd, omdat de vraag naar niet-fiscaal vrijgesteld duurzaam sparen & beleggen steeg met 11,3% waardoor de totale inleg groeide met 0,9% naar 18,2 miljard euro. Meer hierover in IINieuws 1mei12 of VBDO

Ook interessant is de Groen Links kritiek op de huidige subsidies voor fossiele energie (5,8miljard euro per jaar) en het plan voor meer windenergie; met de wind in de rug“. In het plan de ambitie om in 2020 voor ruim 9 miljoen huishoudens (=1,5x Nederland) stroom (10.000 MW) op te wekken met windmolens op zee. Dat zal 54.000 banen en innovatie voordeel opleveren. Over de kosten wordt niet gerept. 
 
Noot van de Blogger: Er moet tenslotte ook wat te investeren zijn voor al die groenj pensioenen en waarom niet in Nederland en de Nederlandse duurzaamheidsambities voor 2020 die achter liggen op schema... Echter Eneco investeert tussen de 400 en 450 miljoen euro (+EZ subsidie) in de bouw van een windmolenpark voor 135 duizend huishoudens en 129 megawatt ongeveer 23 kilometer uit de kust bij Noordwijk. In 2014 moet het park al in bedrijf zijn. Een snel rekensommetje leert dat het Groen Links plan dus ruim 26miljard euro kost, wel wat meer dan de huidige subsidie op fossiele energie.... Louise Fresco noemde windmolens op zee als typisch voorbeeld van 'een miljardeninvestering met beperkt rendement waarover twijfel bestaat: toch doen'. Haar Kohnstamm lezing 2011 ging over emotie als drijfveer (itt wetenschappelijke kennis) in onder andere de duurzaamheidsdiscussie. Bron: GroenLinks

EVENT

TBLI Club
TBLIGroup uit Amsterdam startte een (Benelux) Club die mini conferenties organiseert. De conferenties, alleen voor leden, zijn op 4 september in Parijs (launch) en 5 sept. in Amsterdam. De focus is (ook) regionaal en biedt mn netwerk gelegenheid naast inhoud. Deze keer spreekt Ms Gloria Nelund, CEO of Trilinc Global 'TriLinc Global is a private investment company dedicated to creating a global platform for impact investing through alternative investment funds'. TriLinc seeks to help create a successful middle class through investing in the “missing middle” of the economic pyramid, with a specific focus on Small and Medium Enterprises (SMEs).

Lidmaatschap
Alle relevante Nederlandse banken zijn lid van TBLI Club en mn asset owners, asset managers en ESG en II specialisten zijn welkom. Het (persoonlijk) Lidmaatschap kost 500euro per jaar* en biedt 4 miniconferenties in Amsterdam of Parijs, toegang tot online networking service Pathable en 30% korting op de jaarlijkse regionale Conferences. Probeer deelname is (2x) mogelijk voor 100euro *ext btw. Link TBLIClub


JOBS

Senior Advisor Responsible Investing in Utrecht
Huxley Associates zoekt voor een niet genoemde opdracht gever (ik denk niet dat het PGGM is vanwege hun vraag naar Chinees/Mandarijn) naar een full time Senior Advisor Responsible Investing met ESG specialisme.

Gevraagd wordt een (universitaire) post graduate opleiding in finance, business of economics, 10 jaar ervaring met screening, interesse in corporate governance & sustainability en de link met risico management. Kennis en begrip van responsible investing en social/impact investing. Bron: Huxley NB een deadline wordt niet/nergens genoemd, waarschijnlijk vanwege de zomer / vakantieperiode.


Adviseur Verantwoord Beleggen bij Profundo
Onderzoeksbureau Profundo zoekt een Adviseur Verantwoord Beleggen voor institutionele beleggers op basis van internationale standaarden en een breed spectrum van duurzaamheid. Advisering over instrumentenkeuze (selectie, voting, engagement, impact investing, etc.) voor een effectieve implementatie van en rapportage over de beleidskeuzes. Relatiebeheer en uitbreiden van het klantennetwerk. Ook onderzoek naar de kwaliteit van het verantwoord beleggings- of financieringsbeleid van beleggers, vermogensbeheerders en banken en mogelijke verbeteringen.

Gevraagd wordt: 5jr onderzoekservaring verantwoord beleggen en financieren, motivatie om de  integratie van duurzaamheid in ''finance'' te bevorderen, kennis van sociale en milieuthema's, standaarden en ontwikkelingen. Relevant netwerk en acquisistie initiatiefrijk. Bron: Profundo Nb Ook geen deadline.


CASE

De Verre Bergen: nieuwe filantropische impact investor?
De Stichting de Verre Bergen is in 2011 opgericht door de 'miljardairs'' familie van der Vorm* na de verkoop van de HAL, Hollands Amerika Lijn. De stichting richt zich op Rotterdam er verdubbelt met haar ambities jaarlijks 20miljoen euro ondersteuning te bieden het bedrag op de stad gerichte ondersteuning/charitatieve subsidies. Maar niet per se voor bestaande activiteiten of juist wetenschappelijke evaluatie van de behaalde resultaten. (zie Missie en doelstelling hieronder).
Daarnaast wil de Stichting kennis en netwerken aanbieden; het team bestaat uit 15 mensen die ook bij o.a. YER en McKinsey werken. In het team zitten 2 (zware) onderzoekers die de (kosten) effectiviteit van de (ondersteunde) activiteiten gaan bekijken samen met externe onderzoekers van Rotterdamse hogescholen, lectoraten, kenniskringen, de Erasmus universiteit, (deel)gemeente(s), stedelijke onderzoeksbureaus en diensten zoals de GGD. Verder wordt gebruik gemaakt van expertise van hoogleraren van andere universiteiten en landelijke adviesbureaus en onderzoeksbureaus.

Missie
De missie is het hebben van een langdurige positieve impact op Rotterdam door samen te werken met vernieuwende en schaalbare “Social Ventures” voor en door Rotterdammers. De doelstelling is ‘het ontwikkelen van initiatieven, activiteiten en projecten op het terrein van de bevordering van de maatschappelijke en economische ontwikkeling en het welzijn van de inwoners van Rotterdam’, kortweg het ondersteunen of initiëren van activiteiten die leiden tot een beter Rotterdam. Met de ambitie groei en continuïteit te steunen en uiteindelijk te komen tot zelfredzaamheid.

Focus
De eerste toegekende subsidies zijn voor bestaande op onderwijs en educatie van kinderen en jongeren gerichte activiteiten van de St Rotterdam Vakmanstad en Playing for Success een onderwijsbegeleidingprogramma voor onderpresterende kinderen en jongeren dat in Rotterdam wordt uitgevoerd bij Feyenoord, S.B.V Excelsior en Rotterdam Basketball. (Noot van de Blogger : Er zijn 16 leerplaatsen=steden en het concept draait al 10 jaar succesvol in het VK).

Ook gaat 5miljoen euro (over 5 jaar) naar het Peutercollege waarvan St. De Verre Bergen hoofdsponsor is en de Bernard van Leer Foundation mede sponsor. Een ander initiatief is Academische Werkplaats De Nieuwe Kans AWDNK dat de methodiek (en resultaten) gaat onderzoeken van De Nieuwe Kans (DNK) een traject voor drop out jongeren. Deze jongeren tussen de 18 en 27 jaar zijn gestopt met hun opleiding, werken niet en een groot aantal heeft ernstige psychiatrische problememen en/of een justitieel verleden. DNK richt zich op talentontwikkeling, scholing, gezondheid, maatschappelijke participatie en recidive vermindering. De gemiddelde verblijfsduur van de deelnemers ligt tussen de 6 maanden en 1 jaar. DNK is in 2011 erg succesvol gebleken. Dit blijkt uit het uitstroom percentage van 70% naar regulier werk, scholing, zorg of anderszins.

Aanpak
Stichting De Verre Bergen investeert -minimaal 500.000euro- in Social Ventures met een aantoonbare en (op)schaalbare lange termijn impact op Rotterdam””. De Wikipedia definitie van een social venture is: an undertaking by a firm or organization established by a social entrepreneur that seeks to provide systemic solutions to achieve a sustainable, social objective. De Social Ventures kunnen (op)schaalbaarheid aantonen door horizontale en verticale groei: de interventie is toepasbaar is op verschillende doelgroepen of wijken in Rotterdam (Noot van de Blogger: ze moeten op lange termijn kunnen groeien en het business model is uitrolbaar).
De initiatieven die gesteund worden door Stichting De Verre Bergen moeten continuïteit bieden door de ervaring en gedrevenheid van het management team, het draagvlak vanuit de doelgroep, de potentie voor zelfstandige netwerkuitbreiding en de kans voor financiële zelfredzaamheid op de lange termijn”.

Conclusie
St De Verre Bergen lijkt een echte impact investor gezien de ambitie, opzet en aanpak. Er is (nog) geen jaarverslag -wel online een kort verslag van het eerste boekjaar- of openbare jaarrekening, maar directeur Roelof Prins is voormalig vermogensbeheerder bij HAL en vast niet onbekend met de mogelijkheden van impact investing. Ik schat het vermogen op basis van het jaarlijkse budget van 20miljoen euro op minstens 400miljoen euro defensief strevend naar 5% rendement.
Ik kwam de stichting tegen in een artikel van Martijn van der Steen in PM en hij voorziet voor Nederland een golf van venture philantropy start-ups: “Een indrukwekkende reeks publieke ondernemers ontwikkelt ideeën voor private vervulling van publieke voorzieningen. Sportcomplexen, welzijn, inburgering, groenvoorziening, zorg, sociale zekerheid, maatschappelijk vastgoed. Er gebeurt van alles”.

Een veelbelovende en prettige toekomstverwachting om het komende blogseizoen mee te starten
* Quote zet de van der Vorms op de derde plaats met een vermogen van 4,8miljard euro.

Bronnen: PM Martijn van der Steen venture-philantrophy Link deverrebergen en het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken (jan 2011) TSSMagazine: onderzoeker gaat in filantropie

1 augustus 2012

Impact Investing Nieuws 1 augustus 2012

Deze keer een thema; Beleggen in voeding, helaas een actueel thema vanwege de maismisoogst in de VS, verder stijgende voedselprijzen en de komende hongersnood in Afrika. Naar aanleiding van het recente rapport van de de VBDO en CREM over Beleggen & Voedingsgrondstoffen, een maatschappelijk debat. Diepgaander en met positieve impact opties zijn de United Nations Principles for Responsible Investment in Commodities, met extra aandacht voor agriculture (2011). Het jaarverslag 2011 van het Initiatief Duurzame Handel met haar activiteiten met Nederlandse bedrijven in het verduurzamen van de voedselproductie- en handelsketen van 8 teelten (maar jammer genoeg niet de 3 belangrijkste voedingsteelten van de wereld die 4miljard mensen voeden). Ook geen vitale teelt, maar een bijzonder verduurzamingsproject is dat van zwarte thee door Unilever, wereldmarktleider (van thee) dat een hele sector motiveerde om ook duurzaam/gecertificeerd te gaan: Sustainable Tea leapfrogging to mainstream.


VBDO&CREM: Beleggen in Voeding
Met onderzoeksbureau CREM, working on sustainability publiceerde de Vereniging van Beleggers in Duurzame ontwikkeling VBDO afgelopen juli 2012 het rapport Beleggen & Voedingsgrondstoffen, een maatschappelijk debat. De historisch hoge voedselprijzen en de hoge prijsvolatiliteit dragen bij aan de bestaande honger en vergroot onrust en onzekerheid bij consumenten, producenten en alle betrokkenen bij de verwerking, handel en distributie. Volgens diverse media en recent in NRC Next 24juli12 Meer mensen minder mais is de Arabische lente ook een uiting van woede over betaalbaar eten.

Voedselproductie is per definitie gevoelig voor externe factoren: het weer en misoogsten, zoals nu de grote maismisoogst in de VS die honger in Afrika veroorzaakt. Volgens deskundigen in het VBDO rapport zal door de krapte op de markt de prijsvolatiliteit op de korte en middellange termijn hoog blijven. Dat wakkert speculatie en de ontwikkeling van nieuwe financiële agri-producten aan.

Inhoud
In het rapport een overzicht van de vier belangrijkste beleggingsmogelijkheden in voedingsgrondstoffen: 1. grond, 2. voedingsgrondstoffen & voorraadbeheer, 3. bedrijven(certificaten) of mandjes en 4. derivaten (complexe al of niet synthetische financiele producten). In het rapport ook een overzicht van data van o.a. De FAO (VN Food&Agriculture Organization), de G20, ontwikkelings-NGO's en het LEI (Landbouwkundig Economisch Instituut Wageningen) en hun visies op de recente prijs- em productie ontwikkelingen in de markt.

Overzicht
De umfeld analyse bevat interessante data: 4 miljard van de wereldbevolking eet mn rijst, mais en graan (60%) en maar 15 ''crops'' voorzien de wereld van 90% van haar energiebehoefte. (FAO) NB Het gaat niet goed met de belangrijkste 1e Millenniumdoelstelling: het terugdringen van honger & ondervoeding. Vanaf de jaren 90 van de vorige eeuw liep het aantal hongerige mensen terug, maar sinds 2000-2002 stagneerde deze trend. Door het groeien van de wereldbevolking hebben nu 925miljoen mensen chronisch honger (maar was ruim 1miljard in 2009). En de voedselproductie moet naar schatting met 70% toenemen om in 2050 de wereldbevolking te kunnen voeden.

Insteek
Opvallend is dat er wel aandacht is in een apart hoofdstuk voor mogelijke negatieve impact van beleggen op de voedselproductie en -voorraadbeheer, de rol van internationale wetgeving en het beleid van enkele voorbeeldbeleggers om deze negatieve impact tegen te gaan, maar niet voor positieve impact die de voedselproductie en duurzaam voorraadbeheer kunnen bevorderen.
En dat terwijl in het begeleidend persbericht staat dat "De discussie over voedselzekerheid en beleggen spitst zich veel te veel toe op de negatieve impact van beleggingen op de markt voor voedselgrondstoffen", zegt VBDO-directeur Giuseppe van der Helm. "Het moet juist gaan over hoe beleggers kunnen bijdragen aan voedselzekerheid. We laten daar nu grote kansen liggen."

Advies
De VBDO adviseert beleggers overigens wel om: uit voorzorg maatregelen te nemen om de mogelijke negatieve effecten van beleggingen in voedingsgrondstoffen te beperken/elimineren. Noot van de Blogger: in de Principles Responsible Investment in Commodities 2011 (pfd) adviezen voor insititutionele belegggers zoals PPGM dat periodiek haar (agro)portefeuille 'herbalanceert'.

(Kleinere) Beleggers kunnen een positieve bijdrage kunnen leveren aan voedselzekerheid: meer investeringen in voedingsgrondstoffen die gericht zijn op de lange termijn, in technologie, innovatie en productietechnieken, ofwel reële voedselproductie niet in financiële synthetische producten. Bijvoorbeeld, maar in de conclusie niet genoemd, het voorbeeld fonds van Sarasin, de duurzame bank uit Zwitserland en haar Sustainable Agriculture Basket. Noot van de Blogger Robeco biedt ook een (SAM) fonds) aan voor Commodities dat gemanaged wordt door Sarasin.

Interessant in dit perspectief zijn mijn inziens zijn de genoemde maar niet toegelichte bedrijfsspecifieke (?) initiatieven om duurzame voedselproductie te bevorderen* en om beleggings (speculatie) effecten van voedselhandel te beheersen. Wat het laatste betreft zijn volgens de VBDO de (invullingen van) oplossingsrichtingen sterk stakeholder-afhankelijk, haar advies is om deze te integreren of coördineren. * zie voor een sectorale aanpak het jaarverslag van het initiatief Duurzame Handel 2011 met haar private partners.
Ook in het persbericht maar niet in het rapport: De financieringsbehoeften van kleine agrarische producenten moeten ondergebracht worden in gebundelde, financiële producten. Op dit moment blijven juist de kleine producenten vaak buiten het bereik van grote beleggers omdat institutionele beleggers vaak voor tientallen miljoenen in een project beleggen. Noot van de Blogger: hiervoor moeten financiële aanbieders dis producten ontwikkelen waarin (kleine) beleggers kunnen investeren, maar dit geldt uiteraard voor allerlei vormen van impact investing aan zowel vraag als aanbodzijde. 
Bron: www.vbdo.nl kies nieuws of publicaties Beleggen & Voedingsgrondstoffen, een maatschappelijk debat.


UNPRI for Commodities.
In september 2011 publiceerde de United Nations Principles for Responsible Investors Guide to Commodities. Alle commodities, grondstoffen, ook goud en industriële metalen, maar met extra aandacht voor landbouw omdat een miljard mensen honger lijden, de voedselprijzen historisch hoog zijn en de rol van investeerders niet altijd positief is in deze sector die met een tekort aan (ODA) investeringen kampt. In de gids dan ook tips voor (institutionele) investeerders om positieve impact te hebben en negatieve impact te voorkomen. Het rapport is geschreven door Ivo Knoepfel en David Imbert van OnValues een fondsbeheerder uit Zwitserland die als pionier op het gebied van Impact Investing wordt beschouwd.

Investeerders worden soms geconfronteerd met de unfaire kant van de regelgeving rond beleggen in commodities/voedsel, uit protectionisme , risicobeheersing en soms niet bewezen of premature opvattingen over de rol van investeren op voedselprijzen. Soit stellen de auteurs, commodities en mn voedsel vormen een unieke asset class die die uitzondering verdient vanwege de enorme repercussies bij negatief beleid terwijl de groeiende wereldbevolking meer en niet duurder eten nodig heeft. De auteurs pleiten voor integratie van Environmental, Social & Governance (ESG) criteria in hun commodities aankopen Noot van de Blogger maar noemen niet het bestaan of de mogelijkheid van sustainable investing fondsen....

Landbouw
Ik kijk vooral naar impact van investeringen in real assets (land, mijnen) en bedrijfsobligaties of aandelen omdat de auteurs daar de mogelijke impact als hoog inschatten. De adviezen suggereren compliance, eigen of extern onderzoek naar de ESG, engagement etc. Vermijd kleine illiquide volatiele markten of commodities die niet traceerbaar zijn (gecertificeerd?) Wat landbouw betreft: bekijk de mogelijke impact op kleine boeren en de lokale bevolking, zoek lokale teelten en vermijd land conversie programma's (ontbossing). Derivaten worden afgeraden vanwege het mogelijke martkverstorende effect en de prijsvolatiliteit. Institutionele investeerders kunnen hun portfolio herbalanceren en een actieve rol spelen in positieve impact op de voedselvoorziening.


INITIATIEF DUURZAME HANDEL
Nederland kent sinds 2008 het Initiatief Duurzame Handel dat in haar jaarverslag over 2011 zichzelf omschrijft als
 agile, resourceful and knowledgeable actor in the field of global sustainable production and trade, and seen as an example of modern, business-like international public-private cooperation and impact investing in the field of economic empowerment of the world’s poor and in ecological sustainability. In IINieuws 4april2011 stond een stukje over over deze organisatie en haar ambities. Ik schreef toen o.a. Dat IDH haar agri-sector data overzichtelijk presenteerde en ik vond de verschillende bijdragen aan de investeringen en de geplande 'opschaling' mn door de investeringen door het bedrijfsleven fascinerend.

De werkwijze van IDH staat in contrast tot engagement want ook vertaald kan worden met deskundig blijven zeuren over niet duurzame productieprocessen en supply chain activiteiten. IDH stelt: Our theory of change is based on willingness. We believe that there is sufficiently strong commercial and public interest in the world to allow for committed coalitions of strong public and private players to drive change for the better. In many industry sectors, sustainability is no longer about Corporate Social Responsibility and green washing. Sustainability is rapidly becoming a core interest in shared value creation by both multinational and SME companies.

Het IDH annual report 2011 Leveraging investments, creating impact beschrijft haar verduurzamingsactiviteiten in 12 'agro' sectoren in samenwerking met het internationale bedrijfsleven (meer dan 200 multinationals) in 50 landen met overheidsdiensten uit ontwikkelde & emerging countries en non-profits. Uit Nederland doen bijvoorbeeld de voor 75% met publieke ontwikkelingsgelden gesubsidieerde MedeFinancieringsorganisaties mee als Cordaid, ICCO en Hivos. In haar JV zegt IDH o.a.: “We still need other approaches such as watchdog fact-finding & aggressive campaigning of radical NGO's.”

Sector benadering
IDH implementeert programma's voor soja, een van de drie belangrijkste voedselteelten van de wereld, en chocolade, katoen, thee, aquacultuur en kruiden (light programma). In ontwikkeling zijn de programma's voor cashewnoten, koffie en fruit&groenten. IDH werkt ook aan een palmolie programma waar de certificering voor kleine boeren een barrière vormt.

Resultaten
Over bijv het cocoa program vertelt IDH “we have trained and certified nearly 100,000 farmers; the number of private partners in the program almost doubled, and the volumes of sustainably produced cocoa exceeded our initial goals by almost 40% (became 75.000tons). On top, we managed to embed the program in local African government structures making the transformation in the sector itself more sustainable.”

Het soja programma is nieuw(er) maar verloop ook veelbelovend. In 2010 werden sector breed (industrie, retail, finance en producenten) standaarden voor duurzame soja afgesproken in de Ronde Tafel voor Duurzame Soja. In 2011 werd de eerste duurzame soja geproduceerd, gekocht en verscheept. In december 2011 committeerde de Nederlandse soja sector zich om haar 6miljoen ton 100% duurzaam te laten zijn in 2015. (2012 836.000 ton) De private partners voor soja zijn ADM, Agrifirm, Amaggi, Ahold, Cargill, Cefetra, FrieslandCampina, Lantmännen, Nutreco, Vion, Unilever, Storteboom, Gebr. Van Beek, Bemefa en Nevedi..

Partnerships met het bedrijfsleven
Voor impact investors zijn denk ik de private partners in de sector programma's het interessantst als potentiële belegging. Veel bekende AEX bedrijven* met DJSI vermelding maar ook kleinere minder als duurzame topper bekende spelers als Friesland Campina. Noot van de Blogger: kleinere minder bekende bedrijven staan soms in de transparantiebenchmark van EZ. Ik ben altijd geïnteresseerd in deze partners van DJSI/grote duurzame bedrijven als investeringsobject, omdat hun obligaties en aandelen goedkoper zijn en/of het rendement hoger. * In de supervisory board van IDH zitten topmensen van Ahold, Rabobank en Unilever, naast NGO ''kopstukken'' van voor 75% gesubsidieerde door BuZa/OS gefinancierde Mede FinancieringsOrganisaties (MFO's).

UNILEVER Sustainable food & beverages: tea
Het Nederlands-Britse Unilever was de Dow Jones Sustainability Index supersectorleader voor voedsel en dranken, maar is in sept. 2011 van haar troon gestoten door PepsiCo. Maar Unilever is gewoon in Amsterdam te koop en dus een laagdrempelige impact investering, zij het dat haar aanbod voor de belegger groot is en daardoor weer ingewikkeld.

Voor het thema impact investing in sustainable food/agricultural crops heb ik de publicatie
Unilever sustainable tea: Leapfrogging to mainstream gelezen omdat het een bijzondere case is, Unilever is nl. wereldmarktleider met haar 12% inkoop van de wereldwijde theeproductie. Sustainability ambities worden meestal voorzichtig uitgeprobeerd op niche markten, maar als marktleider had Unilever ook voordeel: We were formidably placed to win; both as a first mover, and as the catalyst of an industry-wide transformation.zegt Michiel Leijnse van Unilever. De theemarkt werd geplaagd door dalende wereldmarktprijzen waardoor aan de productiekant de winstgevendheid en de arbeidsomstandigheden afnamen, de kwaliteit en investeringen terugliepen.

Maar Unilever had een wereldmerk: Lipton dat een stoffig imago had en marktaandeel verloor met een consumentengroep die open stond voor duurzaamheid, zolang de smaak/melange onveranderd bleef. Tegelijkertijd was een groeimarkt voor luxere theeproducten ('smaakjes' en kant-en-klaar) van jongere consumenten die duurzaamheid belangrijk vonden.

Stappen
Belangrijke mijlpaal in het sustainability traject van Unilever was de keuze voor (welke) externe certificering* mede op grond van de capaciteiten van de certificeerder (the Rainforest Alliance) om voldoende thee te kunnen certificeren. De grote theeplantages van Unilever en haar vaste leveranciers werkten al jaren met sustainability guidelines, maar nu zouden ook miljoenen kleine theeproducenten hogere prijzen voor duurzame thee kunnen krijgen.
De roll out aan de verkoopkant werd gefaseerd gepland vanwege het beperkte aanbod van gecertificeerde thee, maar ging sneller dan verwacht door grote vraag vanuit de VS, Japan en Australië. Maar in China, Turkije en India wachtte een grote uitdaging. In India waar Unilever een kwart van haar thee verkoopt is eerder weerzin tegen sustainability dan belangstelling, vanwege de productiecultuur en het gebruik van pesticiden.
* een grens die de Ethical Tea Partnership in 2009 ook overging. Unilever was daar in 2006 uitgestapt vanwege de keuze voor interne certificering.

Markteffect
Toch verklaarde Unilever in 2010 al dat ze al haar thee(merken) 100% duurzaam wil maken in 2015 en daarmee werd sustainability in de hele theeproductie, distributie en retail(marketing)keten een feit. NB dit houdt niet in dat alle Unilever merken extern gecertificeerd worden. Andere grote theebedrijven en merken volgenden Unilever en zijn hun thee supply chains aan het certificeren.

Bron: Unilever sustainable tea: Leapfrogging to mainstream www.unilever.com