Posts tonen met het label Herman Wijffels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Herman Wijffels. Alle posts tonen

12 augustus 2013

Impact Investing Nieuws 15 augustus 2013

Deze keer: Bij Oikocredit bestelde ik Geld en Goed, lessen voor welwillende kapitalisten. Geschreven door journalist en theoloog Arjan Broers over de lessen van 'de diepe crisis van het kapitalisme van de vrije markt'. Hij interviewde economen Herman Wijffels (v/h Rabo- en Wereldbank, World Connector) en Esther-Mirjam Sent, filosofen Hans Achterhuis en Harry Kunneman, ethicus en econoom Edgar Karssing en theoloog Erik Borgman.

Opzet
Broers beschrijft de financiële-, krediet-, Euro-, banken- en economische-crisis sinds 2007 in hoofdlijnen en gaat dan uitgebreid in op de geschiedenis van impact first beleggingsfonds Oikocredit. Bijna de helft van het boek gaat over Oikocredit. Dat zag haar inleg sinds het begin van de crisis verdubbelen. Het versloeg met haar impact first vaste lage rendement van 2% (1,5%) opeens de markt en heeft nu de hoogste krediet rating door haar consistente uitkeringen. Voor het portret van Oikocredit interviewde Broers een (groot) aandeelhouder, treasurer Huub Lems van de Protestantse Kerk in Nederland en Oikocredit's (oud-)directeuren Gert van Maanen, Albert Hofsink (finance) en Ging Ledesma over de lange aanloop, innovatie en management.

Insteek
Broers begint met duiden van de crises als een serie crises van vertrouwen, in het financiële systeem, in zekerheden, in solidariteit, in fatsoen, in toezicht en contrôle systemen die als 'perverse prikkels' werkten en omzeiling stimuleerden i.p.v. de beoogde risico beheersing. Hij -theoloog- laat niet na te verwijzen naar het verhaal in het Oude Testament van de mensen die dansen om het gouden kalf (Exodus 32 in de voorleesbijbel). Met Hans Achterhuis discussieert hij over de vrije markt als ideologie, concept en vooral utopie en de prequel of grondslag van haar grondlegger Adam Smith The Theory of Moral Sentiments (korte beschrijving en de volledige tekst). Probleem, aanleiding voor de crises, was dat het evenwicht tussen (vrije) markt, staat en burgermaatschappij zoek is geraakt. En opvallend: retrospectief heeft de deregulering en stimulering van de vrije markt geleid tot door lagere mondiale groeicijfers, ook zonder de krimp tussen 2008 en 2012.

Broers sprak Mirjam Sent hoogleraar economie in Nijmegen die het beeld van de rationele homo economicus plaats in de context van emoties bij beslissingen, de complexiteit van veel keuzes omdat (geconstrueerde financiële) producten zo ingewikkeld zijn (gemaakt) en de schaalvergroting en efficiency processen die mensen ontheemd raken en ontworteld en daardoor hun zekerheden en gevoel van veiligheid kwijtraken.

Herman Wijffels, wijst op onze schuld(en) en vooral die van het interen op onze ecologische hoofdsom, de overbenutten van natuurlijke grondstoffen die soms niet hernieuwbaar en onvervangbaar zijn. Als de elite, leiders niet vooruitkijken en veranderen wil dreigt ineenstorting van beschavingen zoals dat ook in het verleden gebeurde.

De ethicus-econoom Edgar Karssing van Nijenrode is degene die verwijst naar de basis van Adam Smith Wealth of Nations en de onzichtbare hand van de markt: eigenbelang naast zorg voor naasten en de samenleving. Daarin kan geen optimale of maximale winst worden berekend in een economisch of financieel (data)model omdat er geen sprake kan zijn van evenwicht.. Hij noemt het binding van waarden ingebed in concrete organisaties.

De filosoof Harry Kunneman auteur van Voorbij het dikke-ik benadrukt het morele aspect maar wijst op de verheven houding van de ideologieën van de 19e en 20ste eeuw die zich als totaal oplossing presenteren en blind lijken te zijn voor eigen zwakke plekken en falen. Ook de vrije markt ideologie deed dit.

De theoloog Erik Borgman wijst op de (Nederlandse) moraal en het moralisme waardoor alles iets tot doel moet hebben en niks meer in zich zelf, intrinsiek waardevol is (m.u.v geld). De grondslag van het leven hier en nu is de weg die leidt naar verlossing en die van de financiële wereld is die van betrouwbare dienstverlening aan de samenleving (ipv zelfverrijking).

Oikocredit
Het tweede deel van het boek begint met een kroniek van Oikocredit, opgericht na een appèl door de Wereldraad van Kerken in 1968 en na mislukte pogingen in (West)Duitsland en Zwitserland in Nederland wel succesvol opgestart. En meteen al oecumenisch: van 'alle' kerken en gezindten. Het hoofdkantoor zit ook nog altijd in Nederland.

Grootaandeelhouder Huub Lems, namens de Protestantse Kerk in Nederland, vertelt over de voorzichtige eerste beleggingen en nodige trucs (subsidie); een illustratief voorbeeld van de impact first begin periode van microkrediet en haar sponsors. Lems betreurt de opheffing van het fiscale ten gunste van deze beleggingen regime. Hij wil ook Oikocredit kerkelijk houden als coöperatie, bijna als laatste bastion van haar diaconale bestaansrecht, maar benadrukt dat Oikocredit met haar lenersprimaat een uitzonderingspositie inneemt die ander (groot)banken nauwelijks meer kunnen evenaren.

De directeuren van Oikocredit vertegenwoordiger de eerste 4 decennia van Oikocredit, een als medeoprichter en na een carrière in de bankwereld (RvB ING) en van '94 tot '01 als directeur. Gert van Maanen noemt het succes van Oikocredit een onverwacht 'wonder' maar de baan een kolfje naar zijn hand. Hij benadrukt de rol van de regiomanager (en die van vrouwen als projectmanagers omdat zij crisisbestendiger zijn p.88), het (moraliserende en motiverende successen) verhaal voor de leners en de klant keuze: dorpen en coöperaties. Ironisch is het oordeel van financial consultants die het Oikocredit model, zonder onderpand maar op basis van basaal fatsoen, niet duurzaam noemden (p95). De beleggers en leningnemers waren een marginale uitzondering. Van Maanen noemt solidariteit een overlevingsconcept van armen en eigenbelang een product van welvaart. Oikocredit is ook uitzonderlijk door de grote hoeveelheid kleine beleggers.

Albert Hofsink, accountant en financieel directeur van Oikocredit die begon in de tijd dat alle klanten waar ook ter wereld 9% rente moesten betalen: een systeem dat verlieslatend en bovendien oneerlijk was door lokale, regionale renteniveaus. Ook betaalden de kredietinstellingen hun leningen in harde valuta terug hetgeen ze bij koersdalingen nekte waarop Oikocredit een Local Currency Risk Fund startte. FMO zette vervolgens haar The Currency Exchange Fund (TCX) op met hetzelfde idee. De obligatie portefeuille, opgezet als zekerheid voor de leningen portfolio is ondertussen gescreend en verbeterd door Ethibel die een meet instrument ontwikkelde voor duurzame ontwikkeling en rendeert nu extren beter als het 4F fund, fund for the fair future. Opmerkelijk in het gesprek met pragmaticus Hofsink vond ik de opmerking van de schrijver dat bij een interne discussie en innovaties, de realisten en idealisten de laatste te rigide bleken. (p.102). Hofsink dat het lastig blijft om naast financiële cijfers impact, andere vormen van winst te definiëren. 

De volgende directeur Ging Ledesma gaat dan ook over social performance & financial analysis. Haar functie begon als intern missiewerk en extern sustainabiíty PR werk maar is uitgegroeid naar onderdeel van het gewone werk en geen window dressing. Het is het verzamelen van data op basis van meetinstrumenten die ontwikkeld zijn om klanten te helpen (zich) duurzaam economisch te ontwikkelen.
Ben Simmis, managing director van '96 tot 1jan13, van huis uit ontwikkelingseconoom met de opdracht meer kapitaal aan te trekken. Sims de crises en de groeispurt van Oikocredit staat hij voor het dilemma meer dividend uit te keren en zo meer kapitaal aan te trekken. Toch worden de eigen reserves en capaciteit eerst versterkt en gekeken naar incentives voor innovatieve en trouwe partners als alternatieven in plaats van de aandeelhouders. Toch is men voorzichtig: de jaarlijkse 15% groei sinds het begin van de crisis is een verdubbeling in 5 jaar en dat is nauwelijks meer te managen zonder op alle fronten extra inspanningen te leveren.
En nu?
In het slothoofdstuk presenteert de schrijver een aantal thema's
1 Over risico: vertrouwen is ook een onderpand, maar klantgerichtheid brengt risico's mee;
2 Over relaties: partnerschap is bestendiger dan een klantrelatie;
3 Over waarde voor aandeelhouders en stakeholders;
4 Over groei en andere economische indicatoren;
5 over het verstandshuwelijk tussen ideaal en praktijk;
6 Over rijkdom: materiële schaarste en immateriële overvloed.

Conclusie
Een prettig leesbaar reflecterend retrospectief op de financiële crises, haar oorsprong en de rol van een impact first investeerder van wereldformaat. Extra leerzaam voor een finance-impact evenwicht of finance first impact investor als ondergetekende. Alsof impact investing niet ingewikkeld en veeleisend genoeg is, is het inbouwen van 'safeguards' noodzakelijk. Ook erg ongelukkig gezien de teneur van de visies op de rol van regels en contrôle mechanismen die de vrije markt hadden moeten ondersteunen.Voor Oikcredit is de werkende safeguard haar unieke ontstaansgeschiedenis en de eigen waarden die de koers bepalen. 

Ik kom zelf uit de wereld van goede doelen met missie, visie en strategie als richtinggevende beleidsinstumenten. Zolang activiteiten maar passen binnen deze drie, ofwel er is een soort ISO protocol is om dit te toetsen, dan zijn de grondslag, waarden en bedding redelijk veilig gesteld. Nb Als marketeer fondsenwervende communicatie voegde ik daar ''tactiek'' aan toe om de positionering en proposities te verankeren.

Over het percentage Vrouwen bij Oikocredit. In IINieuws 15juni13 staan IRIS facts & figures (Data Brief) over impact investing sector en dat slechts 2,5% van de medewerkers vrouw is. Oikocredit International vormt hierop gelukkig een grote uitzondering. Van de 250 medewerkers, waarvan 174 buiten Nederland, is 56% vrouw en 44% man. Van het management team (5 personen) waren 40% vrouw (2) en 60% man (3). Bij Oikocredit Nederland zijn 5 van de 7 medewerkers –waarvan 5 parttime-  (eind juli) vrouw. Per 1 oktober komt er een (vrouwelijke) medewerker bij. Dan zijn er dus 6 van de 8 medewerkers (75%) vrouw. Het aantal vrouwelijke medewerkers is een (van de vele) criteria waar Oikocredit bij kredietverlening aan haar 900 partners naar kijkt, maar het preciese aantal vrouwelijk medewerkers is niet bekend, maar zeker meer dan 2,5% Bron: zelfde-dag-antwoord-op-mijn-vraag mails van Oikocredit en jaarverslag 2012.

Noot van de Blogger: Op de PAGINA Charity cases O-N mijn case beschrijving van Oikocredit (bovenaan) of op IINieuws 24feb11. Update op IINieuws 1april13. Ook van de aandeelhouder, de Protestantse Kerk in Nederland ie fondsenwervendmerk KerkinActie maakte ik een portret Charity cases A-N (KerkinActie) of Charity cases O-N (Protestantse Kerk in Nederland).

Prijs 10 Euro, gebonden 152 pag. Links Oikocredit.nl/Geld-en-goed-lessen-voor-welwillende-kapitalisten en/of Arjan Broers (inlieiding) Bestellen: Oikocredit of Skandalon


30 september 2011

Impact Investing Nieuws 1okt2011


Deze keer Triodos selecteert Akzo Nobel, IGNIA commitment voor Latijns Amerika, 1e 'GIIN” fonds, Carlos Slim, Geefwet knecht ondernemerschap charity, F&F: duurzaam vastgoed rendeert beter, Triple Jump zoekt Investment Officer en Base Fund meerdere mensen, ECCE lanceert webportal, Sustainable Finance Lab met Herman Wijffels, een overzicht van SRI onderzoeken door de Duisenberg School of Finance & SEO Research en als case het KNCV Tuberculosefonds: impact investor!


MARKETPLACE

TRIODOS voegt AKZO NOBEL toe aan investeringsuniversum
Impact Investing bank Triodos legt in haar Innovatie nieuwsbrief van sept 2011 uit waarom Akzo Nobel is toegevoegd aan haar investeringsuniversum. Chemische toevoegingen zitten in bijna alles, de chemische industrie kan ook duurzam(er) opereren, zoals chemie- en mn verfgigant Akzo Nobel.

AkzoNobel besloot haar verfactiviteiten te focussen op producten die het milieu minimaal belasten. Alle fasen in het productie proces worden meegenomen met aandacht voor: giftigheid/milieubelasting, energiezuinigheid, gebruik van grondstoffen, uitstoot en afval, gebruik van land (?) en veiligheid en gezondheid. De verkoop van AkzoNobel's Eco Premium producten voldoet (al) aan deze eisen en maakt al 25% uit van de omzet. De verwachting is dat dit naar 30% groeit in 2015.

Bron Triodos Nieuwsbrief AkzoNobel Cijfers akzonobel AkzoNobel JV 2010 Duurzaamheid: akzonobel sustainability



IGNIA bevestigt commitment naar Latijns Amerika
IGNIA het impact investing fonds uit Monterrey, Mexico kondig op het Clinton Global Initiative aan de grootste impact investor in Latijns America te blijven door de komende 12 jaar nog eens 200miljoen US$ te investeren. IGNIA beheert nu 102 miljoen US$, 100% voor impact investing en ook nog eens gericht op 'the bottom' of 'the base of the pyramid', de term van CK Pralahad voor de allerarmsten op aarde.

IGNIA richt zich op het oprichten en opschalen van 'social enterprises' die de armsten in Latijns America voorzien van gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs, basis behoeften en inkomensverhoging. Door het aanbieden van nodige diensten aan zowel consumenten als dienstverleners/producenten ondersteunt IGNIA ondernemerschap, creeert social impact en financieel rendement voor haar investeerders. IGNIA heeft 34 investeerders waaronder het Omidyar Network, de Soros Economic Development Fund, de International Finance Corporation, de Inter-American Development Bank, J.P. Morgan en anderen. Persbericht:  IGNIA

GIIN leden starten African Agricultural Capital Fund
J.P. Morgan, The Bill & Melinda Gates Foundation, The Gatsby Charitable Foundation en The Rockefeller Foundation starten een nieuwe impact investing fonds voor 'small and medium sized agribusinesses' in Afrika. USAID verschaft leen garanties en toegang tot fondsen voor investerders (maatschappijen). JP Morgan Social Finance Unit investeert 8miljoen US$ commercieel kapitaal waarvan de helft wordt gegarandeerd door USAID. De fondsen investeren 17miljoen US$ als equity investments.

Dit 'eerste in haar soort' fonds met 25miljoen US$ kapitaal wordt gemanaged door Pearl Capital Partners (PCP), een gespecialiseeerd Afrikaans landbouw investeringsfonds in Kampala, Uganda. Het Global Impact Investing Network (GIIN) meldt het bericht in haar Nieuwsbrief omdat de 4 charities leden zijn van haar Terragua werkgroep in haar Investors Council en daar de gedeelde doelen voor het fonds hebben gedefinieerd.

The Gates Foundation had 9dec2010 bijna 34miljard US$ aan assets, de Rockefeller Foundation had 17dec10 3,3miljard US$ aan assets, de Gatsby Foundation is een van de (18) Sainsbury Family Charitable Trusts (UK) JV2010 nog niet gekregen. Meer over de JP Morgan Social Finance Unit op: jpmorgan

Bron: GIIN nieuwsbrief 26sept2011 GIIN Press release



HNWI

Carlos Slim, de rijkste man van de wereld
Mexico is ruim bedeeld met impact investors, de rijkste man van de wereld Carlos Slim is filantroop en duurzaam ondernemer: “Social responsibility is a fundamental part of Carlos Slim Helú’s business strategy and culture, which is focused on maximizing the positive impact of his companies to benefit the communities where they operate, and contributing to the fight against poverty with nutrition, education and employment through aid programs from various foundations and institutes”.

Bill Clinton zei over Carlos Slim “ "Carlos Slim is one of the world’s most important philanthropists and most people have never heard about his humanitarian activities. He owns stock in more than 200 companies that employ more than 200,000 people in Latin America and beyond. He has used his resources to help develop the communities where his businesses are located. (…) He has four billion dollars of investments ready to promote education, health and other great challenges, and has recently announced an additional six billion dollar investment in several programs, including his Telmex Foundation." Bron: carlosslim


FACTS & FIGURES

Duurzaam vastgoed rendeert beter
340 van de grootste vastgoedfondsen -samen goed voor een triljoen US$ onder beheer- hebben data over hun milieu prestaties aangeleverd voor een wereldwijde benchmark. De GRESB Foundation, een wereldwijd consortium van institutionele investeerders samen goed voor 1,7 triljoen US$, had hierom gevraagd. GRESB is gevestigd in Maastricht en wordt uitgevoerd door ECCE, het European Centre for Corporate Engagement, van de Universiteit van Maastricht.

Opvallend in de introductie p. 5 Academisch onderzoek naar kantoorgebouwen met energiezuinige keurmerken noteert hogere huren, betere bezetting en hogere prijzen dan conventionele kantoorgebouwen. Lagere energie efficiency wordt geassocieerd met meer risico op leegstand.

Op p.7 in de Box: In de VS is aangetoond dat kantoorgebouwen met een efficiency 'energy star' of (groene) LEED keurmerk gemiddeld 7% hogere cash flows genereren en 13% hogere transactiekosten dan conventionele gebouwen. En deze cijfers worden niet beinvloed door het huidige toenemende aanbod van duurzame kantoorruimte. Bron webportal ECCE corporate-engagement
Rapport Download the GRESB Report of View the GRESB Report online


ACADEMIA

ECCE webportal duurzaam ondernemen en beleggen
Het European Centre for Corporate Engagement (ECCE) van de Universiteit Maastricht startte een webportal voor duurzaam ondernemen en verantwoord beleggen. Op de website wordt al het recente onderzoek naar corporate governance, maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaam bouwen en sociaal bankieren bij elkaar gebracht. Het onderzoek van ECCE richt zich op het verband tussen duurzame factoren en financiële prestaties van ondernemingen. Het instituut werkt nauw samen met grote ondernemingen als pensioenfonds / vermogensbeheerder APG, Deutsche Bank en Robeco.

Link corporate-engagement


POLICY & POLITICS

GEEFWET en winst


PwC Belastingadviseur Wilbert van Vliet beschrijft 22sept11 in het Reformatorisch Dagblad de Geefwet i.o. die voor Prinsjesdag is gepresenteerd. Voor inkomen genererende goede doelen lijkt de Geefwet geen serieuze verbeteringen te bevatten. Winst maken mag straks tot 15.000euro (ipv 7500euro) muv culturele instellingen (museumwinkels). Dat goede doelen winst mogen maken is een gevolg van een advies van advocaat generaal Moltmaker aan de Hoge Raad. De Belastindienst gaat hier echter kritisch mee om en er schijnen nogal wat rechtzaken over te lopen.


Vanaf 2012 kan de inspecteur evt aparte regels stellen aan de fiscale status van goede doelen. “De wettekst en bijbehorende toelichting suggereren dat het die kant opgaat, al is dit niet geheel duidelijk”.Van Vliet adviseert het parlement direct in te grijpen om regels van de inspecteur door de rechter te laten toetsen. Ook attendeert van Vliet op het de voorstellen om de winstbelasting voor goede doelen te wijzigen.

Noot van de Blogger E.e.a lijkt in tegenspraak met het Convenant van de overheid met de Goede doelen zie IINews 6-juli2011 over verdienmodellen. Tenzij die verdienmodellen bijdragen aan het realiseren van de missie van goede doelen en niet alleen aan ondersteunende activiteiten zoals fondsenwerving en merchandising.

Bron Reformatorisch dagblad 22sept2011

EVENT 

SUSTAINABLE FINANCE LAB
Op 3okt2011 organiseert het Utrecht Sustainability Institute een Sustainable Finance Lab (SFL) met Herman Wijffels (vml CEO Rabobank, RUU) en Klaas van Egmond (RUU). Het SFL is een initiatief uit 2010 van Herman Wijffels en Klaas van Egmond en Peter Blom van Triodos Bank. De ambitie is ideeën te ontwikkelen die “een stabiele en robuuste financiële sector die bijdraagt aan een economie die de mens dient zonder daarbij zijn leefmilieu uit te putten”.

3okt2011 gaat het over een dienstbare financiele sector. “de financiële crisis is geen toevallig financieel bedrijfsongeval, maar hangt samen met  de toegenomen gerichtheid op speculatieve handel in financiële activa en het negeren van sociale en ecologische vraagstukken. De vraag is hoe de financiële sector weer dienstbaar te maken aan de ontwikkeling van een duurzame reële economie?” (…)



JOB


Triple Jump zoekt Investment Officer 
Triple Jump, het impact investingfonds opgezet door NOVIB (zie IINews20juli2011) zoekt een Investment Officer voor Afrika en het Midden oosten. Full time in Amsterdam met veel (dienst)reizen, vooralsnog een jaarcontract.

De Investment Officer is verantwoordelijk voor prospects, due diligence bezoeken, voorbereiden en verdedigen van investeringsvoorstellen voor leningen en investeringen en het monitoren van de prestaties van de portfolio. Opbouwen en onderhouden van een netwerk in de regio of in microfinanciering. Betrokkenheid bij het ontwikkelen van het investeringsbeleid, procedures en systemen.

Gevraagd wordt een stevige financiele achtergrond, minstens 5 jaar werkervaring in de financiele sector.  Specifieke ervaring met microkrediet of regionale expertise is een voordeel. Meer informatie oneworld

JOB2
Venture Capital investeerder Base Fund in Bilthoven zoekt: een Fund manager, Investment managers, een Analyst en een Researcher for the Center of Excellence. BaseFund in Bilthoven wil/zal investeren in Nederlandse bedrijven die producten en diensten ontwikkelen voor de armsten van de wereld. BaseFund is een investeringsfonds met tot 50miljoen euro kapitaal en normale integrated regular reporting requirements. 'Smart, innovative incubator + model with many partners enables success' volgens het linkedin profiel van oprichter Tanja van der Knoop. Meer informatie: basefund


GELEZEN/ACADEMIA
FINANCING SUSTAINABILITY, Jarst Weda, Marco Kerste en Nicole Rosenboom van SEO Research voor DuisenbergSchool of Finance. Gebundeld door Holland Financial Center.
In IINews 16aug2011 werd de publicatie van de bundel FINANCING SUSTAINABILITY – Insights for Investors, Corporate Executives, and Policymakers door Holland Financial Center gemeld. De bundel werd samengesteld door Duisenberg School en SEO Research.

Deel 4 van de bundel is 'Sustainable investment' en bevat een overzicht van de academische onderzoeken/publicaties naar duurzaam investeren. Onderscheiden worden -1- Corporate Social Responsibility, -2- Socially Responsible Investing, -3- de Performance of Sustainable Funds en -4- SRI Success drivers. 

De inventarisatie wordt gebruikt om het onderzoeksprogramma van de Duisenberg School of Finance in te vullen en gesignaleerde lacunes op te vullen (zie pag. iii) Noot van de Blogger: Jammer genoeg is in het overzicht geen onderzoeksvraag naar de resultaten van impact investing dat ik als 'best-in-class' of positieve screening investeringen beschouw. Wel in de resultaten en conclusie. Dat is natuurlijk ook een lacune.

CRS
In het rapport wordt gekeken naar het effect van Corporate Social Responsabilitu of 'duurzaam' beleid op de financiele prestaties ondernemingsniveau (verbetert), vervolgens in vergelijking met conventionele fondsen (minstens even goed). Opvallend vond ik: de positieve relatie tussen milieu (Environmental / Ecological) prestaties en de waarde van een onderneming. (Renneboog, Ter Horst en Zhang 2007-2008 p.6 en 42) Lijkt een beetje een open deur: Er is een positief effect van milieu onderscheidingen en negatief effect van matig milieu beleid of het gebruik van giftige chemische stoffen. (p.6-7) De gevoeligheid van ondernemingen voor waardeschommelingen (beta) neemt af bij goed/beter milieubeleid. (Halkos & Sepetis 2007 p.7 en 40).

-2- SRI
Uit financieel opzicht heeft SRI (Socially Responsible Investment 3 voordelen: -1- aantrekkelijkheid en minder directe en indirecte risico's. -2- 'Compliance': voldoen aan wettelijke of zelfreguleringsregels (de Equator Principles voor banken / investeerders zijn onderzocht) en -3- Meer data geeft beter (pre) investerings onderzoeksresultaat.

-3- (Sustainable) Duurzame Fondsen
Er is veel empirisch vergelijkend onderzoek gedaan naar de resultaten van duurzame fondsen: naar onderprestatie (vanwege de beperkte(re) keuze / investeringsmogelijkheden), naar overprestatie (vanwege onderwaardering) en de verschillende risico's. VEEL onderzoeken -op basis van een single index model- geven GEEN statistisch significante conclusies (een overzicht op p.17-18 van 16 onderzoeken).

Galema (2008 p. 18&39) toont wel een positief effect aan van SRI gebaseerd op positieve selectie op en vooral selectie op basis van diversiteit, milieu en het product. Goldreyer & Diltz (1999 p.20) vergeleken 69 fondsen in de VS en het VK tussen 1981 en 1997. De SRI fondsen deden het niet beter dan niet SRI fondsen, maar de SRI fondsen met positieve selectie deden het beter dan fondsen met andere selectie of screeningsmethoden. (p.19 en 39). Kreander et al (2005 p.20) onderzochten fondsen in Belgie, Duitsland, Nederland, Noorwegen, Zweden, Zwitserland en het VK en vonden geen over- of onderprestatie. Hill et al (2007 p.20) keken naar korte, middellange en lange termijn en vonden overprestatie op korte en lange termijn, maar niet op de middellange termijn met verschillen per regio (periode 1995-2005). Derwall et al (2005 p. 20 en 38) keken naar positively (eco) screended portfolios en zagen een overprestatie van 6% in de periode 1997-2003. Kempf et al (2007 p.21) keken naar portfolio's met beste en slechtste CRS 'ratings' en zagen dat portfolio's met de slechtste CRS ratings het minder deden.

-4- SRI Succes drivers
Goldreyer en Diltz (1999) zagen positieve selectie als succes driver. Renneboog et al (2008a, p. 21 en 42) concluderen dat positieve screening het rendement verhoogt als dat gebaseerd is op 'community involvement policy' (door mij vrij geinterpreeteerd als transparantie naar lokale stakeholders) of een inhouse SRI screening team. Barnett & Salomon (2006 p. 21 en 25) zien dat als het aantal screening criteria toeneemt het rendement afneemt en dan weer toeneemt tot een maximum van 12 criteria. Hun advies: omarm brede screeningmethoden. Zij (voor)zien een positief effect van 'community relations screening', maar uitsluiting van firma's met lage eco of labor relations prestaties verlaagt de score.

Er is ook gekeken naar het effect van fees en fundmanagers kosten bij SRI (p. 22) Noot van de Blogger die voor II weleens wat hoger uitvallen vanwege de intensieve due diligence onderzoeken. Er bleek geen bewijs dat SRI hierop duurder uitvalt (Gil-Bazo et al (2010), behalve voor SRI fondsen in de VS en het VK (Bauer et al 2005).

Conclusie
Onderzoeken op basis van complexere econometrische modellen met niet kwantitatieve aspecten geven aan dat portfolio's opgebouwd op basis van (positieve) screening op ESG criteria het beter doen dan portfolio's met lager(e) ESG score.

Bron: FINANCING SUSTAINABILITY, Jarst Weda, Marco Kerste en Nicole Rosenboom van SEO Research voor DuisenbergSchool of Finance Link Sustainable Investment Final report
NB Papers van SSRN 'top 10 auteur' Luc Renneboog (Universiteit Tilburg, ECGI) downloadbaar via: papers.ssrn en papers.ssrn met 'ook gedownload' aanbevelingen. De publicaties van/met Derwall, Ter Horst, Koedijk en Zhang zijn hier ook te vinden. Een overzicht van de publicaties van Renneboog op ecgi member

 

CASE


KNCV Tuberculose Fonds
Het al honderd jaar oude KNCV Tuberculosefonds heeft haar werkterrein tegenwoordig mn in het buitenland, want tuberculose is een wijdverbreide en weerbarstige infectieziekte: één derde van de wereldbevolking - twee miljard mensen - draagt de bacil bij zich. Slechts 1 op de 10 geïnfecteerde mensen krijgt actieve tuberculose en wordt ziek. Levensbedreigend ziek als men niet behandeld wordt.

KNCV Tuberculosefonds is een internationale alliantie leidende medische ontwikkelingsorganisatie die -met haar partners- overal ter wereld miljoenen mensen (80%) met tuberculose geneest. De middelen hiervoor komen mn van USAID, het Global Fund to fight AIDS, Tuberculisis and malaria (GFATM), en een beetje van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. De begroting van bijna 29 miljoen euro inkomsten komt voor 90% -25,5 miljoen euro - uit overheidssubsidies. Noot van de Blogger: Beide subsidieprogramma's lopen dit jaar af en OS 'doet' geen gezondheid meer. Particuliere fondsenwerving (b)lijkt lastig voor het Tuberculosefonds.

Het Tuberculosefonds heeft ruim 10miljoen euro aan reserves en vijf ton fondsen en blijkt een geweldige impact investor. Uit de JaarRekening 2010: p.62. KNCV Tuberculosefonds heeft een defensief profiel 53% obligaties (target is 70%), 35% aandelen, vastgoed en alternatieven (target is 20%) en 10% liquiditeiten. De beheerder is ABNAMRO Mees Pierson. “De portfolio bevat alleen duurzame beleggingen die consistent zijn met de missie van de KNCV”.

 

Van de beleggingsportfeuille van 5,5 miljoen euro (31/12/10) is 3,3miljoen euro (59%) belegd in obligaties van Nederlandse banken en 2,2miljoen euro (41%) is belegd in aandelen (fondsen), vastgoed en alternatieven. De verdeling is ongeveer de helft bij ASNbank, TriodosBank en Kempen (Sense fund). De andere helft is belegd in F&C Stewardship (een 'donkergroen' beleggingsfonds (fandc), Calvert Social Inv. Funds (100% duurzaam gelieerd en een van de 50 belangrijkste impact investors volgens impactassets-50), het Domini Social Equities Fund (Domini werd in 2009 door TIME Magazine uitgeroepen tot een van de 25 “Responsibility Pioneers” who are changing the world'. Aviva een UK vermogensbeheerder (ruim 400miljoen UKpounds onder beheer) met 8 duurzame fondsen, Henderson Inv. Ethic ('a leading SRI player') en (JB?) SAM Sust. (dochter van Robeco/Rabobank. “In 2010 SAM was named SRI/Sustainable Investment Manager of the Year by Financial News”).

Kortom: KNVC Tuberculose Fonds is een zeer actieve impact investor met een internationale beleggingshorizon. Noot van de Blogger: vast mede met dank aan de strategische samenwerking tussen ABNAMROMeesPierson en Triodos.

Meer informatie: tuberculose en het Jaarverslag 2010 met Jaarrekening (in het engels) kncvtbc professionals

Een Engelse site met een internationale lijst van 'ethical en SRI investors': envocare ethical_fund_managers